Filosofie en film: Binnenstebuiten

Het is al bijna zomervakantie, dus in deze post aandacht voor een opdracht die je kunt doen met de klas tijdens de laatste dagen voor het zover is!

Filosoferen kan altijd goed met films, en wat is er leuker dan tijdens de lessen een film kijken? šŸ˜‰
Voor deze opdracht gebruiken we de film Binnenstebuiten, van Pixar.
Maar eerst, de opdracht!

Geef iedereen in de klas een wit vel papier. Als je dit op de basisschool doet voor groep 5/6, teken dan eerst zelf de buitenlijnen van een hoofd op een vel en kopieer dat. Als je dit op de basisschool in groep 7/8 of in de onderbouw van de middelbare school doet, geef dan gewoon een leeg vel.

Vraag de leerlingen nu om te tekenen waar zij denken dat hun gedachten vandaan komen. Geef eventueel voorbeelden, zoals:
1. Mijn gedachten komen door een mini-versie van mijzelf in mijn hoofd (de homunculus)
2. Mijn gedachten komen door stroomstootjes in mijn hersenen (materialisme)
3. Mijn gedachten komen door een ziel die in mijn lichaam zit (dualisme)

Vraag ook aan iedereen of ze willen opschrijven of hun gedachten ook altijd informatie van buiten nodig hebben om te ontstaan, of dat er ook gedachten zijn die alleen van binnenuit komen.

Inventariseer nadat je tijd hebt gegeven om de tekening te maken, hoeveel verschillende standpunten er zijn en wie welk standpunt inneemt. Vervolgens kijk je de Pixar-film Binnenstebuiten met de klas.

Als jullie de film helemaal hebben afgekeken, ga je weer terug naar de inventarisatie van de opdracht, en stelt de volgende vragen:
-Welk standpunt over gedachten (en emoties) neemt de film Binnenstebuiten in? Is dat standpunt ook genoemd door leerlingen in de opdracht?
-Wie denkt na het zien van de film dat het in je hoofd zo werkt en wie niet? Laat de leerlingen ook altijd uitleggen waarom!

Haas denkt na…

Veel denk en -kijkplezier!

Mogen we mieren doodmaken?

Nu de zomer er weer aan begint te komen gaan we ze straks weer zien; lopend uit kleine gaatjes tussen de voegen van stoeptegels, onder bloempotten in onze achtertuin, en op het gras in de speeltuin. Ik heb het over mieren!

Op de basisschool zaten deze kleine beestjes vaak binnen in het schoolgebouw, en als jong kind had je er dan veel plezier in om een klein beetje lijm over een mier te gieten om te zien wat hij (of zij) zou doen. Nu, als volwassene, doe je eigenlijk een beetje hetzelfde als je weer eens een paar lokdozen in de tuin of op het balkon plaatst, om van de kriebelige hoop beestjes af te zijn.

Isis Hazewindus, 2019

Wat is me nu wel eens afvraag: is het eigenlijk wel moreel verantwoord om mieren dood te maken? Waarom zouden mieren meer of minder waard zijn dan bijvoorbeeld een koe of een hond? Kort gezegd: aan welke criteria moet de mier voldoen om zijn leven te sparen?

De opdracht van deze week is het oplossen van de vraag “mag je mieren doodmaken?”
Deze hoofdvraag ga je beantwoorden door over de volgende vragen na te denken:

  1. zijn mieren slim?
  2. Voelen mieren pijn?
  3. Zijn mieren nuttig?

Als je deze vragen hebt beantwoord, gebruik dan die antwoorden om te bedenken of ze je vertellen of je mieren mag doodmaken of niet. Denk ook na over het verschil tussen de mier doodmaken voor je plezier (de mier in de lijm) of omdat je er last van hebt (in de tuin).

Veel denkplezier!

World Autism Awareness Day

Goeiemiddag allemaal!

Vandaag is het, vrij vertaald, Wereld Autisme Dag. Een dag om even stil te staan, niet bij de nadelen, maar juist bij de kwaliteiten die mensen met autisme hebben šŸ™‚

Vandaag denken we niet na over hoe we elkaar kunnen begrijpen of over wat normaal of abnormaal is, maar wat we van elkaar kunnen leren.
Laten we kijken naar structuur en hyperfocus. Als je autisme hebt, of autistisch bent (net hoe je het zelf voelt šŸ™‚ ) is structuur belangrijk; zo weet je dat alles gaat zoals het moet gaan, wat je moet doen, en wat je kunt verwachten. Daarnaast is het vaak zo dat je interesse hebt in Ć©Ć©n (of misschien een paar) specifieke onderwerpen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding…
Ā© Isis Hazewindus, 2019

Hoewel dit natuurlijk niet altijd handig is (want het kan natuurlijk gebeuren dat de dag iets anders loopt dat je dacht, en helemaal niet iedereen vind, laten we zeggen, filosofie interessant!), kunnen we stellen dat deze twee kenmerken behalve zwaktes ook zeker kwaliteiten kunnen zijn! Want zeg nou zelf, zeker in deze tijd vol met Instagram, WhatsApp en Fortnite is het best makkelijk om gewoon maar wat te doen en nergens Ć©cht oog voor te hebben. Daarom vandaag een opdracht voor iedereen, om het volgende te doen:

Kies iets uit waar je meer over wil weten, of wat je zou willen kunnen. Dat kan van alles zijn, van een moestuintje aanleggen op het balkon, tot meer te weten komen over hoe je computer nu eigenlijk in elkaar zit. Kies vervolgens Ć©Ć©n dag, waarop je je helemaal gaat bezighouden met het leren over het onderwerp of doen van de vaardigheid. Schrijf dan een gedetailleerde planning, die je van begin tot eind gaat uitvoeren op die dag. De opdracht is om niet af te wijken van de planning en je niet af te laten leiden (niet door je telefoon, of door spelletjes, of wat dan ook!). Schrijf aan het eind van de dag een kort verslagje: wat heb je geleerd? Wil je verder gaan (waarom wel of niet?).

Veel doe-plezier!

Filosofie is overal

Deze week een opdracht waarbij je zelf op zoek moet gaan naar filosofie.
In de klas en in mijn toetsen gebruikte ik altijd graag televisieseries of boeken waar kinderen bekend mee zijn, om te filosoferen.

De opdracht van deze week luidt:

Bedenk samen met je kind (of met de klas, natuurlijk) zelf een filosofische vraag of een filosofische stelling bij een boek, film of (tekenfilm)serie waarmee je op dat moment bezig bent.

Hieronder vindt je een voorbeeld.

Veel denkplezier!

Voorbeeld: Adventure Time

Adventure Time is een filosofische goudmijn! In deze tekenfilmserie van Cartoon Network spelen een jongetje en zijn magische hond de hoofdrol.

In de aflevering “Imaginary Resources” komen de hoofdpersonen een groep mensen tegen die al jarenlang niet meer in de echte wereld leven, maar zich hebben aangesloten op een virtual reality machine, omdat ze het leven in de machine veel beter en leuker vinden dan het echte leven. Hierin te herkennen zijn bijvoorbeeld ideeĆ«n van Descartes en het gedachtenexperiment “de Geluksmachine” van Robert Nozick.

De vraag die bij deze aflevering te stellen valt: “Zou je willen leven in een virtuele wereld, als je in die wereld een beter leven zou hebben dan in de echte wereld?

Ik zie wat jij niet ziet

Deze blogpost bevat een opdracht om te doen met autistische kinderen (1 op 1)

In de filosofie zijn verschillende filosofen die het hebben over mensen die anders zijn dan anderen, omdat ze dingen zien die anderen niet zien.
Plato bijvoorbeeld, heeft het in zijn beroemde Allegorie van de grotĀ over een mens die, door maar lang genoeg goed naar de wereld te kijken, de waarheid ziet. Hij of zij moet daar wel erg goed zijn best voor doen, niet zomaar iedereen ziet die waarheid, omdat mensen vaak verblind zijn door wat zij zelf denken dat de waarheid is.

De Duitse filosoof Arthur Schopenhauer geloofde ook zoiets, maar bij hem lag het weer een beetje anders. Hij dacht dat kunstenaars (die hij genieƫn noemde) degenen waren die de dingen zagen zoals ze echt waren. Daar konden ze dan een kunstwerk van maken, zodat anderen het ook even konden ervaren.

Bij deze filosofen zou je kunnen zeggen dat zij het hebben over mensen die een goed oog voor detail hebben. Uit onderzoek met autistische kinderen is gebleken dat ook zij een uitstekend oog voor detail hebben, veel beter dan mensen die niet autistisch zijn. Dit onderzoek werd uitgevoerd door zowel autistische als niet-autistische mensen het spel ‘Waar is Wallie’ te laten spelen.

Dan nu, de opdracht, op twee manieren:

  1. Binnen: Kies een mooi schilderij of een mooie illustratie uit, waar veel op te zien valt. Het liefst fysiek, maar opzoeken op het internet kan ook. Vraag je kind om het schilderij/de illustratie te bekijken, en je te vertellen wat haar of hem het eerst opvalt. Vertel zelf wat jou het eerst opvalt. Vergelijk jullie observaties. Verschillen ze heel erg? Wat ziet je kind dat jij niet ziet, en andersom?
  2. Buiten: Ga samen een wandeling maken. Vraag je kind tijdens het wandelen wat haar/hem opvalt. Vertel zelf ook wat jou opvalt. Vergelijk jullie observaties. Verschillen ze heel erg? Wat ziet je kind dat jij niet ziet, en andersom?

Probeer aan het eind van de opdracht een compliment te vormen naar je kind. Heeft hij of zij misschien iets nuttigs of speciaals gezien, dat jou niet opviel? Het uiteindelijke doel van de opdracht is om te kijken of je kind in het observeren bepaalde kwaliteiten laat zien, die je verder kunt ontwikkelen en in andere situaties toe kunt passen!

Veel denkplezier!